Neal Stephenson is een pillenschrijver. Met de literatuur van sommige schrijvers kan je een wiebelende tafelpoot fixen, met die van Stephenson kan je een blokhut bouwen. En in veel van zijn pillen komen dezelfde karakters terug, hoewel dat lang niet altijd wil zeggen dat je zijn boeken in een bepaalde volgorde moet lezen, want de verhalen zijn vaak gewoon apart – zoals met Fall het geval is.

Richard ‘Dodge’ Forthrast is de steenrijke eigenaar van een gamesmaker die onder het mes moet. In zijn jonge jaren heeft hij een testament opgesteld waarin hij aangeeft dat hij wil worden geconserveerd voor de toekomst door middel van invriezing. Ondertussen schrijdt de techniek voort en lijkt het erop dat Dodges brein kan worden gevirtualiseerd.

Had ik al gezegd dat Fall een pill is? Dat is niet zo erg, want Stephenson hanteert een onderhoudende en geregeld grappige schrijfstijl. Wel had hij het complete verhaal kunnen vertellen in 300 in plaats van in 900 pagina’s. Wie geen haast heeft, kan dat waarderen. Maar een waarschuwing is op z’n plek: een groot gedeelte van de 900 pagina’s is gewijd aan een epische queeste in fantasy-stijl, en niet elke Stephensonfan zal dat kunnen waarderen.

Aan de andere kant maakt Stephenson ons deelgenoot van zijn kijk op posthumanisme, en dat op zich is al een genot.

Advies: lezen als je van Stephensons pillen houdt. Niet zijn beste werk maar zelfs zijn slechtste werk is beter dan het beste van veel andere schrijvers.