Jaren geleden is de wereld afgestapt van robots. Raymond Electromatic is de laatst overgebleven robot ter wereld. In Los Angeles in de jaren 1960 voert hij met de supercomputer Ada een detectivebureautje, maar dat is een dekmantel voor hun eigenlijke inkomstenbron: Ray is een huurmoordenaar.

Omdat zijn geheugentape en accu’s maar een dag meegaan, wordt hij elke dag wakker zonder herinneringen. Dat schikt hem prima want zo houdt hij zijn geweten schoon en kan hij zijn mond niet voorbij praten. Gehuld in een pak, een regenjas en een hoed voert hij zijn taken uit, tot een mysterieuze opdrachtgever hem betrekt in een complot.

Zoals de schrijver in zijn nawoord laat weten, is Made to kill bedoeld als ‘de science-fictionroman die Raymond Chandler nooit schreef’. Raymond Chandler was een bekende schrijver van typische detectiveromans, van wie bekend is dat hij een hekel aan scifi had. Christopher blijft heel goed in de stijl van het detectivegenre en dat maakt het tot een in technisch opzicht vermakelijk boek: je kan het vergelijken met de echte detectiveromans uit de jaren ’50 en ’60. Het verhaal zelf is maar een onderdeel van het werk; de stijl, manier van praten, de sfeer en de manier waarop het plot in elkaar zit zijn er ook belangrijke onderdelen van.

Een leuk experiment dat in literair opzicht niet geniaal hoeft te zijn om waardering te krijgen.

Advies: lezen als je oude Amerikaanse detectives kan waarderen en ook van scifi houdt!