Kim Stanley Robinson (o.a. bekend van zijn Marstrilogie) staat bekend als een schrijver die zijn onderwerpen altijd zeer gedegen onderzoekt en bijgevolg goed weet waar hij over schrijft. Je kan er dus op rekenen dat zijn verhalen – hoewel fictief – een realistisch beeld schetsen.

New York 2140 beschrijft New York in het jaar 2140 (je verwacht het niet). De stad is gedeeltelijk overspoeld door de zee en het verhaal speelt zich voornamelijk af in de zgn. ‘intertidal’ – het gebied dat bij vloed onder water staat en bij eb minder. Het wordt verteld vanuit verschillende personages en met een bijbehorende eigen schrijfstijl, waardoor je dezelfde geschiedenis echt door verschillende ogen ziet.

Het verhaal zelf is onderhoudend maar niet spectaculair. Zoals gebruikelijk neemt Robinson de tijd om het verhaal rustig op te bouwen en zit het boek vol maatschappelijke observaties en levenswijsheden, zonder belerend te zijn. Aan de andere kant maakt hij er geen geheim van dat New York 2140 een waarschuwing is.

Het is een pil van ruim 600 bladzijden en zoals gezegd geen spectaculair verhaal dus je moet wel wat geduld betrachten. Je moet het denk ik vooral zien als een observatie van een dwarsdoorsnede van de maatschappij zoals die er in 2140 best uit zou kunnen zien. Het verhaal heeft wel een kop, een romp en een staart maar dat lijkt vooral een moetje. ‘Omdat het nou eenmaal zo hoort.’ Het verhaal is er eigenlijk om de achtergrond te kunnen schetsen.

Advies: lezen als je ook andere boeken van Robinson goed vond of op zoek bent naar een goed onderbouwde blik op de toekomst. Niet lezen als je op zoek bent naar flitsende scifi.