Het tweede boek van deze van oorsprong Zuid-Afrikaanse schrijver. Hij herhaalt zijn kunstje uit zijn debuut een beetje: een verhaal over contrasterende samenlevingen waarin griots (verhalenvertellers) folkloristische illustraties bieden bij de gebeurtenissen.

Op zichzelf zou ik het verhaal een technothriller noemen: een man bouwt zonnepanelen in de Afrikaanse woestijn en wil de energie exporteren naar Europa. Een groot Russisch energiebedrijf houdt niet van de concurrentie. Afrikanen op de vlucht naar Europa vormen her en der spontaan nieuwe steden terwijl jihadis hun macht over de woestijn niet op willen geven. Georganiseerde misdaad, bedrog, intrige… Maar begeleid door Senegalese volksverhalen, met karakters die soms overlopen naar de echte wereld.

Ook in dit boek staat achterin een lijst van muziek die Chait beluisterde tijdens het schrijven (en bij welke scènes). Een leuke gimmick.

Je moet er wel een beetje bij opletten, vooral in de eerste helft, waar een berg personages worden geïntroduceerd. Ik vond het soms niet heel eenvoudig te volgen.

Al met al een aardig verhaal met sprekende karakters, die een beetje oppervlakkig blijven (maar wie leest er een actiethriller om de karakters?). Het aardigst vond ik het Afrikaanse perspectief op de zaak.