Eyas is een caretaker: ze regelt uitvaarten en zorgt ervoor dat de overledenen worden gerecycled in een park en op die manier aan de bewoners van het ruimteschip teruggeven. Ze is tevreden met haar leven en haar beroep maar zoekt iets meer. Kip is een zestienjarige jongen die eigenlijk niet weet wat hij met zijn leven aanmoet. Isabel: een oude archivaris met de taak het collectieve geheugen van de ruimtevaarders te bewaren. Ze heeft een vriendin over de vloer, een buitenaardse collega die een verhandeling over de Exodus Fleet schrijft, waar dit verhaal zich grotendeels afspeelt. Tessa sappelt om haar jonge kinderen een goeie opvoeding te kunnen geven en Sawyer is afkomstig van een kolonieplaneet; hij wil zijn geluk beproeven op de Exodus Fleet.

Het boek wisselt tussen deze vijf karakters. Het verhaal is meer een kapstok om de karakterontwikkelingen aan op te hangen, wat erg goed lukt. Ondertussen beschrijft Chambers de sociologische en maatschappelijke ideeën van de kolonieën en de Exodus Fleet.

De Exodus Fleet was van oorsprong een verzameling grote ruimteschepen waarin de mensen hun opgebruikte Aarde ontvluchtten. Ze zijn opgenomen door de Galactic Community, hebben een ster en een planeet gekregen en zijn dus eigenlijk op hun eindbestemming aangekomen. De Exodus Fleet is daarmee een levend monument geworden, maar voor de mensen die er wonen is hij springlevend.

Fijne feel-good scifi waarin behulpzaamheid en ontwikkeling centraal staat in plaats van het gebruikelijke conflict.

Compleet los te lezen van de andere twee delen maar speelt in hetzelfde universum.