James Gleick bekijkt het fenomeen tijdreizen vanuit verschillende invalshoeken: literatuur (te beginnen bij H. G. Wells’ The time machine); filosofie; taalkunde; en wetenschap. Taalkunde? Zeker: we hebben het meestal niet over tijd zonder metaforen te gebruiken zoals ‘verder of terug in de tijd’ en de vergelijking met de rivier van de tijd. Terwijl tijd natuurlijk geen rivier is en verder en terug slaan op ruimte en niet op tijd. Ook de formele logica komt niet echt veel verder dan ‘tijdreizen kan niet omdat het niet kan’ dus daar zien we ook duidelijke raakvlakken met de taal.

Het boek is minder technisch dan ik had gehoopt en gaat vooral in op wat verschillende mensen en disciplines over tijd en tijdreizen denken en dachten. Een heel leesbaar boek, ook voor leken, en vooral interessant voor de geïnteresseerde scifi-lezer.